Maria Montessori

Maria Montessori

Maria Montessori is op 3 augustus 1870 geboren in Chiaravalle, een klein plaatsje bij Ancona, Italië. Na haar middelbare schooltijd aan de Regia Scuola Tecnica Michelangelo Buenarotti kiest ze, tegen de gewoonte van de tijd voor de medicijnenstudie. Ze is daarmee de eerste vrouwelijke medicijnenstudent van Italië en in 1896 de eerste vrouwelijke arts.

In augustus 1896, een maand na haar afstuderen, wordt Maria Montessori uitgekozen om Italië te vertegenwoordigen op een internationaal vrouwencongres in Berlijn. Haar toespraken tot het congres worden zeer enthousiast ontvangen, maar Maria Montessori weigert zich tot ’beroemdheid’ te laten kronen door de pers en besluit een wetenschappelijke carrière na te streven.

In november 1896 komt ze in het Santo Spirito-ziekenhuis Montessori -onderwijsin Rome in contact met ’idiote’ kinderen. Ze ontdekt dat deze kinderen helemaal niet ’idioot’ zijn, maar dat ze zich, volstrekt verstoken van enig speelgoed of leermiddel, nooit hadden kunnen ontwikkelen. Zij trekt zich het lot van deze kinderen aan. Ze verdiept zich in de psychologie en de pedagogie en ontwikkelt, geïnspireerd door het werk van de artsen Itard en Séguin, zintuiglijk ontwikkelingsmateriaal.

In 1898 wordt Maria Montessori directrice van een door de Italiaanse regering gesticht intituut voor de opleiding van onderwijzers voor geestelijk gehandicapte kinderen. Twee jaar later wordt zij lector aan de koninklijke opleidingsschool voor onderwijzeressen in Rome.

In 1904 wordt zij benoemd tot hoogleraar in de antropologie aan de Universiteit van Rome, een leerstoel die zij bekleedt tot 1916.

Montessori -onderwijs 3In 1907 krijgt ze de mogelijkheid haar ideeën in de praktijk te brengen in de armoewijk San Lorenzo in Rome. Hier sticht zij haar Case dei Bambini, de ’kinderhuizen’ waar de triomftocht van het montessori-onderwijs over de hele wereld begint.

In 1934 verlaat Maria Montessori Italië, omdat Mussolini wil ingrijpen in haar onderwijssysteem; met name zijn besluit om schooluniformen in te voeren kan Maria Montessori niet accepteren. Van de ene dag op de andere houdt het montessori-onderwijs in Italië op te bestaan.

Maria Montessori verhuist naar Barcelona, waar zij in 1936 door het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog wordt verdreven. Zij vestigt zich dan in Nederland, waar inmiddels het hoofdkwartier van de Montessoribeweging is gevestigd.

In 1939 maakt zij een reis naar India, op uitnodiging van de theosofische vereniging. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt kan zij niet terug naar Europa; pas in 1946 keert zij terug in Nederland. Zij geeft nog een aantal lezingen en overlijdt op 6 mei 1952 in Noordwijk.

De kern van haar methode wordt meestal samengevat in de
Montessori -onderwijs 2uitspraak: ’Help mij het zelf te doen’; alle opvoeding is in principe zelfopvoeding. Uitgangspunt is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten onderkennen wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en daarop inspelen, door de juiste omgeving en materialen te bieden.